moeders en dochters

Bij veel van mijn vrouwelijke cliënten speelt problematiek die met haar moeder te maken heeft. Dat is niet zo gek want een moeder speelt een cruciale rol in ons leven als we klein zijn en volkomen afhankelijk van haar.

In onze hulpeloosheid van pasgeborene is het erg belangrijk dat onze behoeften op een goede manier worden vervuld. Onze behoefte aan koestering, voeding, liefde, warmte en aanraking. De minste tekortkomingen hierin voelen we direct en zeer indringend. We komen immers uit een warme moederschoot, waar alles volop aanwezig was. Hier zijn we met geweld uitgezet - een geboorte is voor een kind een heftige gebeurtenis en vaak zelfs traumatisch.

Bijna altijd proberen moeders zo goed mogelijk voor hun baby's te zorgen, maar dit lukt niet altijd. Als moeder zelf veel heeft meegemaakt, is het mogelijk dat ze het moeilijk vindt om er voor haar kindje te zijn. Ze heeft eigenlijk zelf nog veel behoefte aan aandacht en liefde.

Maar ook als moeder wel lekker in haar vel zit, is ze niet altijd hetzelfde en in staat aan alle behoeften van een kind tegemoet te komen. Een kind groot brengen is een groot karwei en we worden hier niet voor opgeleid.

Zo kan het gebeuren dat het kind opgroeit met een gevoel tekort te komen. Dit is zeer pijnlijk en het is bijna niet uit te houden om dit te voelen. Het kind zoekt dan manieren om hiermee om te gaan - we noemen dat overlevingsmechanismen. Het ene kind zegt: ik doe het zelf wel, het andere kind is constant bezig om het moeder naar de zin te maken, zodat moeder wel van hem of haar moet houden. Het kan ook zijn dat een kind steeds boos is en slecht benaderbaar.

Natuurlijk gelden dit soort zaken voor zowel vrouwen als mannen, maar een verschil is dat vrouwen zich eerder identificeren met hun moeder en haar gedrag overnemen. Zelfs als ze het gevoel hebben het totaal anders te willen doen, is de manier waarop vaak hetzelfde.

Deze overlevingsmechanismen zijn vaak onbewust en we houden hier dan ook niet automatisch mee op als we volwassen zijn. We projecteren dan de tekortkomingen van onze moeder op de buitenwereld en blijven in deze patronen reageren. En dan kan er een moment komen dat het niet goed meer werkt. We raken overwerkt omdat we het onze baas altijd naar de zin willen maken of we krijgen met iedereen ruzie omdat we zo boos zijn of we kunnen geen contact maken omdat we besloten hebben om het alleen te doen. Als we hier in vast gaan lopen is het goed om een therapeut te raadplegen.

Als ik hier met cliënten mee werk dan is het geen zaak om moeder te veranderen;
dit is meestal niet mogelijk. Het werk is meer gericht op de 'innerlijke moeder', ofwel het beeld dat van de moeder is gemaakt.
Het gaat er in de eerste plaats om dat de cliënt inzicht krijgt in haar overlevingsmechanismen. Daarna dat zij gaat voelen wat haar werkelijke behoeften zijn en hoe die vervuld kunnen worden. Het kind dat we ooit waren, leeft nog steeds in ons. De pijn die het gevoeld heeft zit nog steeds diep in ons en we kunnen ons pas echt bevrijden als we die pijn gaan helen. Dat kunnen we doen door de gevoelens die we weggestopt hebben weer tevoorschijn te halen en ze te doorleven. Dit kan gepaard gaan met veel emoties. Als deze emoties niet worden weggestopt en er gewoon mogen zijn dan is het op een gegeven moment genoeg, dan hebben we een oude achterstand ingelopen. Het werk wordt afgerond als we het kind in onszelf helemaal kunnen accepteren en als we er als volwassene ons hart voor kunnen openen.

wilma goossens
juli 2007






Copyright © SPH Artemis